Het woord Antroposofie betekent:

Bewust worden van ons ware mens-zijn. Antroposofisch georiënteerde spraakvorming heeft een spirituele achtergrond.

Als kind leren we eerst rechtop lopen, dan spreken en dientengevolge denken. Dat onderscheidt ons van het dier.

Het spreken is in het verre verleden op het oude verzonken Atlantische continent ontstaan, waar de mensen de geestelijke wereld en de aardewereld als een eenheid beleefden.

De grote dichtwerken, vertellend over hemel en aarde, ontstonden, toen het beleven van deze samenhang langzamerhand verdween.

Aanvankelijk waren we nog niet zo zelfbewust als tegenwoordig. Het spreken, de spraak heeft zich ontwikkeld net als ons mens-zijn.

Het woord raakte steeds meer vervreemd van zijn levende, scheppende oorsprong. Het is in veel situaties geworden tot een droge, abstracte informatiedrager.

Rudolf Steiner, de grondlegger van de Antroposofie, heeft een algemene scholingsweg ontwikkeld, waardoor het geestelijke in de mens zich weer verbinden kan met het kosmisch geestelijke.

Niet alleen voor het spreken, maar ook voor alle andere levensgebieden, heeft hij op vragen, die hem gesteld werden, ontwikkelingsmogelijkheden aangegeven, die tot in de verre toekomst actueel blijven.

De aanwijzingen, de aard van de spraakoefeningen, kunnen ons op weg helpen naar een verbinding met het oorspronkelijke levende woord, de vormende levende stroom, die nog in elke taal te vinden is.